Paragraaf 8 Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf gaat over de lokale belastingen en heffingen. Aan de orde komen het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, de geraamde inkomsten, de kostendekkendheid van de tarieven, het kwijtscheldingsbeleid dat we hanteren en de lastendruk voor de burger.

Lokale heffingen betreffen zowel publiek- als de privaatrechtelijke heffingen. De publiekrechtelijke heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten:

  • Belastingen: de opbrengsten van belastingen komen toe aan de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. Dit zijn onder meer de onroerende-zaakbelasting (OZB), de logiesbelasting en de hondenbelasting. Het criterium kostendekkendheid is hier niet aan de orde;
  • Rechten: een recht is een vergoeding voor een concrete prestatie door de gemeente geleverd. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar: de opbrengsten moeten aangewend worden voor de gerelateerde prestaties. Voorbeelden zijn de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges burgerzaken. Hier geldt een wettelijke norm van maximaal 100% kostendekkendheid.

De privaatrechtelijke heffingen hebben betrekking op tarieven voor economische activiteiten die verricht worden in het algemeen belang.

In de jaarlijkse Tarievennota wordt een toelichting gegeven op de ontwikkeling van de gemiddelde jaarlijkse woonlasten. De woonlasten is een optelling van de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een gemiddeld (meerpersoons)huishouden.

Op grond van de Financiële verordening gemeente Groningen 2018 moet om de vier jaar een tarievenonderzoek plaatsvinden en wordt de kostendekkendheid van de publiek- en privaatrechtelijke tarieven doorgelicht en aan de gemeenteraad gerapporteerd. Daarbij wordt de gewenste mate van kostendekkendheid opnieuw bepaald. Het laatste tarievenonderzoek heeft plaatsgevonden in 2014. In verband met de herindeling staat het volgende tarievenonderzoek gepland voor 2020.

Heffingen en herindeling
De oude gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer hadden voor de herindeling hun eigen belastingbeleid. Uiterlijk 1 januari 2021 moeten de belastingen van de heringedeelde gemeenten geharmoniseerd zijn. De OZB en de logiesbelasting zijn inmiddels geharmoniseerd. De andere belastingen moeten nog gelijkgetrokken worden. Harmonisatie houdt in dat de raad per belastingsoort een nieuwe belastingverordening moet vaststellen of een belastingverordening van één van de oude gemeenten geldend moet verklaren voor de nieuwe gemeente. De raad mag de door de raden van de oude gemeenten vastgestelde belastingverordeningen niet wijzigen. In de Tarievennota 2020 zijn voorstellen opgenomen voor de harmonisatie van de meeste belastingen van de oude gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer per 1 januari 2020. Alleen de afvalstoffenheffing en de leges kunnen niet per 2020 geharmoniseerd worden. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat eerst de discussie over de herijking van het afvalbeleid nog in het voorjaar 2020 gevoerd moet worden en harmonisatie van de leges is niet goed mogelijk zonder dat daar een harmonisatie van het beleid aan voorafgaat. Een deel van de legestarieven wordt geheven voor vergunningen die worden verleend op basis van de APV’s van Groningen, Haren en Ten Boer, zoals evenementenvergunningen, exploitatievergunningen horeca en kapvergunningen. Voor APV’s en het onderliggende beleid geldt dat harmonisatie per 1 januari 2020 niet haalbaar is. Er is echter een directe relatie tussen APV, beleid en legestarieven. Die koppeling komt bijvoorbeeld naar voren bij evenementen en het kappen van bomen. Dit najaar wordt het evenementenbeleid geëvalueerd en begin 2020 komt er een groenplan inclusief eventuele wijzigingen in de APV. De wijzigingen in de leges  die hieruit voortvloeien kunnen dan pas per 1 januari 2021 ingaan. Kortom: zolang de APV en het onderliggende beleid niet geharmoniseerd zijn, kunnen de legestarieven ook niet geharmoniseerd worden.

ga terug